|
II
|
|

Antoine
Petrus
Optaciano Lauffer ♂, geboren: Curaçao, zaterdag 14 juli
1894 om 9 uur.
Winkelier, koopman.
Gehuwd met:
Rosaura
Paulina Dervali ♀.
Bestuurster, naaister.
Uit dit huwelijk:
Pièrre Antoine Lauffer
(Laufer) ♂, geboren:
Curaçao, zondag 22
augustus 1920 om half zes, overleden: Curaçao, 14 juli 1981.
Zie verder III
Louise Henriette Lauffer
♀, geboren: Curaçao, maandag 6 februari 1922 0m vijf uur.
Lelia Annette Lauffer
♀, geboren: Curaçao, zondag 31 juli 1927 0m kwart over zes.
Jacqueline Mary Lauffer
♀, geboren: Curaçao, zondag 9 juni 1929 om kwart voor acht.
Tweeling.
Jacques Maurice Manuel Lauffer ♂,
geboren:
Curaçao, zondag 9 juni 1929 om tien voor acht. Tweeling.
Agni Altagracia Lauffer
♀, geboren: Curaçao, maandag 23 januari 1933 om
één uur.
Naar boven
|
|
III
|
|

Pièrre Antoine Lauffer
(Laufer) ♂, geboren:
Curaçao, 22
augustus 1920 om half zes, overleden: Curaçao, 14 juli 1981.
Hij maakte soms gebruik van de pseudoniemen:
Jose A. Martis en Carlos M. Fernandes.
Kijk
hier
voor een gedichtenbundel met een van zijn gedichten

Pierre
Antoine Lauffer is op 22 augustus 1920 op Curaçao geboren en hij
is op 14 juni 1981 op zijn geboorte-eiland overleden. Het bevorderen
van het Papiaments was het leitmotiv in het leven van Pierre Lauffer.
De erkenning voor het Papiaments kwam vrij laat in zijn leven. Het was
pas na de revolutie van Dertig Mei dat deze erkenning kwam. Hem werd
toen gevraagd om het Papiaments te onderwijzen op de middelbare school
en op de Pedagogische Academie. In 1970, een jaar na Dertig Mei 1969,
mocht hij als vijftigjarige les geven in zijn geliefde moedertaal.
Hij zou in zijn leven drie gedichtenbundels publiceren. Naast het
eerder genoemde “Patria” publiceerde hij in 1955 “Kumbu” en in 1964
“Kantika pa Bientu”. Daarnaast publiceerde hij in zijn verhalenbundels
“Napa” (in 1961), “Raspá” (1962) en “Lagrima i sonrisa” (1973)
ook gedichten. Na 1970 als hij het Papiaments mag onderwijzen,
verschijnt van zijn hand vooral jeugdlectuur (“Djogodó” in 1972;
“Un dia tabatin…” in 1975; “Mi buki di bestia” in 1981, postuum; “Un
skèr ta bai keiru” 1984, postuum), publicaties over taalkunde
(“Mi lenga” I 1970, II 1971; “Un selekshon di palabra i ekspreshon” I
1971, II 1975; “Arte di palabra”, 1973) en ander meer onderwijskundig
getint werk (“Di nos” bloemlezing papiamentu letterkunde 1971;
“Sukuchi” 1974; “Mangasina” 1974; “Zumbi, spiritu almasola” 1975;
“Mangusá” 1975).
Een paar
jaar voor zijn dood publiceerde hij in 1979 acht gedichten in het blad
“Kristòf” (V,1). Deze gedichten worden beschouwd als zijn
afscheidsgroet. Hij is in deze gedichten de tweemaster die nog
één keer laat zien “ku ki poko bientu nos por nabega”
oftewel “met hoe weinig wind we kunnen zeilen”.
Belangrijke themata in het werk van Pierre Lauffer zijn: het
natuurschoon van zijn kurkdroge geboorte-eiland, zijn moedertaal het
Papiaments en … het slavenverleden.
Pierre Lauffer kreeg pas vrij laat erkenning. In 1969 kreeg hij de Cola
Debrot-prijs voor literatuur. Verbitterd merkte hij eens op dat hij
zich voelt als een schipbreukeling die de oceaan zwemmend heeft
overgestoken en in zicht van de kade een reddingsboei krijgt
toegeworpen.
Hij schreef eens de volgende regel: “Mi ta stima e puña di mi
ruman melankolia” oftewel (vrij vertaald) “Ik hou van de schimpscheut
van mijn broeder Melancholie”. Vooral zijn gedichten in zijn derde
gedichtenbundel “Kantika pa bientu” waar deze versregel aan ontleend
is, zijn zwaarmoedig van aard.
Pierre Lauffer woonde bij mij in de buurt. Op zondagochtend gingen we
vooral in de Vastentijd samen vliegers oplaten, en raakten wij aan de
praat. Hij kon mij fascinerende verhalen vertellen uit de slaventijd.
Een van zijn mooiste gedichten gaat over slavernij. Het gedicht heet
“Balada di Buchi Fil” en het gaat over een trotse slaaf die bij het
ochtendappèl weigert te buigen voor zijn meester. De meester
zint op wraak, zoekt een goed moment om Buchi Fil een afranseling te
geven, maar is bevreesd voor de fysieke kracht van de slaaf. In
het gedicht wordt de slaaf tenslotte vermurwd als zijn
vrouw verkocht wordt. Het gedicht is in 1955 verschenen in de
bundel “Kantika pa Bientu” . Met dit gedicht was Pierre Lauffer zijn
tijd ver vooruit, want op school hoorde je in de jaren vijftig en
zestig amper wat over slavernij, maar het leefde wel degelijk. Een van
onze buren, Pascual Ridderplaat had het monument ontworpen dat op 1
juli 1963, honderd jaar na de afschaffing van de slavernij werd
onthuld. De zoon van Pascual Ridderplaat, namelijk Ced Ride, heeft
“Balada di Buchi Fil” later prachig op muziek gezet. In die muzikale
vertolking van “Balada di Buchi Fil” komen drie mensen samen uit de
buurt waarin ik ben opgegroeid: Pascual Ridderplaat, zijn zoon Ced
Ride, en Pierre Lauffer.
Overgenomen
van
http://www.walterpalm.com/ned_ess_%20de%20gouden%20eeuw.htm
1e x gehuwd met:
Esilda Gerongia de Windt ♀.
Uit dit huwelijk:
Louis Lauffer
(Tuto) ♂, geboren: voor 1946.
Pièrre
Lauffer Tunchi) ♂, geboren: Curaçao. 11 november 1945,
overleden:
Nederland, 10 juni 2008 aan een hartinfarct, gecremeerd: 16 juni 2008.
Muziekant.

Zie
ook:
http://curanieuws.blogspot.com/2008/06/pierre-lauffer-jr.html
Gehuwd met;
Isabel Nunez
(Chabela) ♀, overleden: voor 2008.
Jeanette
Lauffer ♀, geboren: Curaçao, 4 januari 1948. Tweeling.
Zie verder IV
Pauline
Henriëtte Lauffer ♀, geboren: Curaçao, 4 januari 1948.
Tweeling.
Paul Henry Lauffer ♂.
Jean Jacques François Lauffer ♂, geboren: Curaçao,
3
oktober 19...
Louise Angelique Lauffer
♀.
Louis Rudolph Lauffer (Tuto) ♂, geboren: Curaçao, ca 1958.
David Dominique Lauffer ♂.
Josephine Leonore Lauffer ♀.
2e x gehuwd met:
Belmira
Nunez Gorge ♀. (Portugese).
Uit dit huwelijk:
CharlesLauffer ♂.
Daviño Lauffer ♂.
Naar boven
|